Slechts 1 op 3 Belgen gaat graag werken, las ik onlangs. Of je al dan niet graag gaat werken en je gelukkig bent in je job heeft veel te maken met de zinvolheid ervan. Het gevoel dat je iets betekent, het gevoel van voldoening is één van de grootste factoren om met plezier te gaan werken. Klinkt allemaal logisch, maar blijkt in de praktijk niet zo vanzelfsprekend.  Ik hoor het regelmatig rond mij: ‘Er moeten nu eenmaal centen verdiend worden’. Of ‘Ik doe alleen wat er gevraagd wordt en ga naar huis. Klaar.’ Of ‘Ik doorsta gewoon de uren, maar ze zijn flexibel en ik heb veel verlof, dat is toch ook al iets’. En zelfs ‘Ik kuis eigenlijk liever mijn huis dan dat ik ga werken’.

Doodjammer toch, dat je je naar je werk moet slepen om daar je uren te kloppen? Ik kan me er wel iets bij voorstellen, al ziet het er voor mij toch net iets anders uit. Want ik, ik ga graag werken. Bam, het is eruit. Ik doe mijn werk supergraag. I love it. Ik kan soms nauwelijks geloven dat ik er geld voor krijg. Ik bazuin het ook graag rond, dat ik écht de job van mijn leven gevonden heb. Dat ik écht niks anders kan bedenken dat ik liever zou doen.

Ik geef Nederlandse les aan anderstaligen. In mijn klas zitten mensen die nooit leerden lezen en schrijven, vaak ook niet in hun eigen taal in hun land van herkomst. Ik leer hen van ‘Alles goed?’ en ‘Bedankt!’ en ‘Sorry, mag ik iets vragen?’ en ‘Mag ik een kilo appelen alstublieft?’. Ik leer hen hoe ze facturen van reclame kunnen onderscheiden en hoe ze hun naam en voornaam én liefst ook nog hun adres moeten schrijven.

En eventjes eerlijk: Nee, ik spring niet elke ochtend fluitend uit mijn bed.  En ja, ik heb ook wel eens stress en loop soms te vloeken. En ja, ik ben moe na een lange werkdag waarop ik met grote honger snel naar huis wil. En ja, als ik kon kiezen zou ik graag 4/5de werken. Dat laatste heeft overigens niks te maken met de inhoud van mijn job, maar wel met een goede work-life balance én vooral met centen. Maar goed, dat is een andere discussie. Terug naar de liefde voor mijn werk.

Ik glim van trots terwijl ik dit schrijf, want ik ben fier op mijn cursisten. Dat klinkt melig ja, maar ik ben het wel écht. En nee, ze zitten daar niet altijd allemaal met volle goesting. En ja, ze durven al eens geeuwen en net iets te vaak op hun telefoon kijken. Maar ik zie wél hoe ze elke les bijleren, hoe ze mondiger worden, hoe ze dit land met hun vreemde taal en moeilijke papieren beter en beter begrijpen. Ik zie hen werken en wroeten en zoeken, en kan soms niks opmaken uit hun gebrabbel en gegesticuleer. Maar aan ’t eind van de les, wanneer ik uitgeput, lichtjes zwetend en met een droge keel ‘Bedankt dat je er was en tot morgen’ kweel, ben ik gewoon heel content dat ik hen iets heb kunnen en mogen bijbrengen. Iets waardoor ze weer net wat steviger in hun schoenen staan. Voldoening en zinvolheid, ik denk dat het dat is wat ik bedoel.